AFM en BFT: accountantssector moet beheersing sanctierisico’s verder versterken

Wwft-instellingen zijn een belangrijke schakel in de naleving van de sancties tegen Rusland. Zij moeten niet alleen zelf voldoen, maar ook vaststellen dat cliënten zich daaraan houden. Dit vraagt om een scherpere risicobeoordeling bij cliëntacceptatie én intensievere monitoring van bestaande relaties. “De maatschappij moet erop kunnen vertrouwen dat accountantskantoren deze verantwoordelijkheid serieus nemen en effectief invullen”, aldus BFT directeur Yolanda de Groot.

Accountantskantoren zijn zich bewust van sanctierisico’s bij (controle)cliënten met Russische activiteiten, blijkt uit onderzoek van de AFM en BFT. Beide organisaties hebben gelijktijdig onderzoek gedaan vanuit hun eigen mandaat. We zien goede praktijkvoorbeelden; verbetering is mogelijk in cliëntonderzoek, kwaliteitsstelsel en beheersing van sanctierisico's. We verwachten dat de sector aan de slag gaat met onze verbeterpunten.

Met dit onderzoek willen we instellingen helpen om sanctierisico’s beter te beheersen, de naleving van de Wwft te verbeteren en het maatschappelijk vertrouwen te vergroten. 

De AFM en BFT hebben gelijktijdig onderzoek gedaan. De AFM heeft onderzoek gedaan naar het kwaliteitsstelsel en de bedrijfsvoering bij 6 reguliere vergunninghouders. In dit onderzoek zijn circa 30 wettelijke controles betrokken. BFT heeft onderzoek gedaan naar het Wwft-cliëntonderzoek en de monitoringsverplichting in 10 dossiers bij 3 instellingen. 

Onderzoek naar cliëntenonderzoek en monitoringsverplichting

De focus van het onderzoek van BFT lag op het uitgevoerde cliëntenonderzoek en op welke wijze is voldaan aan de monitoringsverplichting. BFT heeft geconstateerd dat de verschillende accountantskantoren in het kader van de monitoringsverplichting aanvullende werkzaamheden hebben verricht. De sanctiemaatregelen leidden niet bij alle dossiers tot een hoger Wwft-risico, maar hebben wel geleid tot aanvullende werkzaamheden.

Reflecteer op de goede voorbeelden en aandachtspunten

Uit het onderzoek van BFT blijken diverse goede praktijkvoorbeelden:

  • Alert op wijzigingen in sanctiemaatregelen. In de geselecteerde dossiers zijn tijdlijnen opgenomen met de (gewijzigde) sanctiepaketten en de gevolgen hiervan voor de (controle)werkzaamheden.
  • Inzet van sanctierechtdeskundigen. De door BFT onderzochte accountantskantoren hebben gebruik gemaakt van een (door de instelling en/of door de cliënt ingeschakelde) sanctierechtdeskundige. De vastlegging van de eigen beoordeling van de uitkomsten en de doorvertaling naar het Wwft-risico kan echter beter.
  • Consultatie bij de Centrale Dienst voor In- en Uitvoer om vast te stellen dat dienstverlening geen overtreding van sancties oplevert.

Op de volgende aandachtspunten ziet BFT ruimte voor versterking:

  • In sommige gevallen worden sanctierisico’s eng geïnterpreteerd (bijv. aandacht voor gesanctioneerde (rechts)personen, maar niet voor materiële sancties).
  • Het cliëntonderzoek naar de Ultimate Beneficial Owner (UBO) is niet volledig gedocumenteerd of het blijkt niet uit het dossier waarom de instelling tot de conclusie is gekomen dat sprake is van een pseudo-UBO.
  • Diverse accountantskantoren hebben hun werkzaamheden met name gericht op de vraag of hun diensten mogen worden geleverd volgens de sanctiemaatregelen, maar hebben in het dossier geen overwegingen opgenomen wat de sanctiemaatregelen voor gevolg hebben voor de naleving van de Wwft-verplichtingen zoals risicoclassificatie en monitoring.

BFT benadrukt dat als het op grond van de Sanctiewet verboden is een transactie uit te voeren, een (voorgenomen) ongebruikelijke transactie moet worden gemeld bij de FIU Nederland. Het niet voldoen aan de Sanctiewet is een economisch delict.

Kijk ook naar de onderzoeksuitkomsten van AFM.

De AFM en BFT werken samen met de beroepsorganisatie NBA en de SRA, als brancheorganisatie van veel kantoren met een reguliere vergunning, om de sector hierin verder te helpen.

Tags