Rechtbank: Boete voor niet-melden ongebruikelijke transactie terecht opgelegd
Een groot accountantskantoor had meerdere stortingen bij een cliënt eerder moeten melden bij FIU-Nederland. Het kantoor werd daarvoor terecht beboet door BFT.
In 2024 werd door BFT bij een internationaal opererend accountantskantoor een boete opgelegd van 1.3 miljoen euro voor het overtreden van de Wet ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering. Die wet is ervoor bedoeld om te voorkomen dat crimineel verkregen vermogen wordt witgewassen en zo van de onder- in de bovenwereld terecht komt met alle gevolgen van dien.
BFT vindt dat het kantoor in zijn rol als poortwachter bij afronding van de controlewerkzaamheden voor de jaarrekening van een cliënt de drie stortingen had moeten melden als één ongebruikelijke transactie. De herkomst van de gelden was onduidelijk, reden om onverwijld melding te maken bij FIU-Nederland. Dat heeft het kantoor ten onrechte nagelaten.
Het accountantskantoor ging tegen het boetebesluit in bezwaar en uiteindelijk in beroep bij de rechtbank. Die stelde de toezichthouder in de uitspraak inhoudelijk op alle punten in het gelijk. Het boettoemetingsbeleid van BFT werd door de rechtbank redelijk geacht maar de hoogte van de boete werd in dit geval onevenredig geacht. De boete van 1.3 miljoen werd gematigd tot 747.500 euro.
Als accountant is het je maatschappelijke verantwoordelijkheid als poortwachter om het financiële stelsel te beschermen. Dat doe je onder andere door ongebruikelijke transacties tijdig te melden.
Uitspraak