Zaak over hypotheekrechten op ‘warme gronden’ afgerond: BFT laat hoger beroep achterwege
De autoriteit voor financieel juridisch toezicht gaat niet in hoger beroep tegen de uitspraak van de tuchtrechter in een zaak tegen een oud notaris. De rechter oordeelde dat de notaris haar onderzoekshandelingen beter had moeten vastleggen in de dossiers, maar achtte het aannemelijk dat zij inhoudelijk had voldaan aan haar onderzoeksplicht, informatieplicht en opschortings- en weigeringsplicht.
De tuchtklacht hield verband met het vestigen van hypotheekrechten op investeringen in ‘warme gronden’. Reden voor BFT om in de klacht in het bijzonder aandacht te besteden aan de zorgplicht van de notaris.
Grondspeculatie
‘Warme gronden’ is de term die gebruikt wordt voor landbouwgrond met het potentieel om een bouwbestemming te krijgen van de gemeente. Bouwgrond is in de regel veel duurder dan landbouwgrond. Een populaire maar risicovolle belegging. Particulieren investeren geld in kleine stukjes landbouwgrond in de hoop er goed mee te verdienen als die grond wijzigt van bestemming. De investering kent een groot risico: de grond blijkt toch niet zo ‘warm’ te zijn als de verkoper werd voorgespiegeld en de gemeente wijzigt het bestemmingsplan niet. Daardoor blijven beleggers zitten met een stukje grond wat veel minder waard is dan ze ervoor hebben betaald. Bovendien is met de versnipperde grond weinig te beginnen, aangezien het veel verschillende eigenaren heeft.
Risico’s
In de betreffende dossiers werd de notaris door particulieren betrokken om geldleningsovereenkomsten te bekrachtigen. De cliënten investeerden in een uitbreiding van een bungalowpark en hadden tot zekerheid van terugbetaling, hypotheekrechten gevestigd. De hypotheekakten werden gepasseerd door de notaris. Volgens BFT had deze onvoldoende onderzoek gedaan naar de waarde van onderliggende percelen grond, de achtergrond van (beweegredenen om te investeren) en de kennis en ervaring van de cliënten. Ook zouden de beleggers onvoldoende zijn geïnformeerd over de gevolgen en risico’s van de transacties. Hoewel de gemeente in 2018 een intentieverklaring sloot met de eigenaar van het park trok zij in 2023 toch de stekker uit de plannen. De grond die nodig was voor de uitbreiding bleef daardoor bestemd voor landbouw en niet voor bebouwing.
De notaris erkende dat de vastlegging in de dossiers niet optimaal was. De tuchtrechter oordeelde dat dit onderdeel van de klacht gegrond is: de notaris had beter moeten documenteren dat zij volgens de geldende verplichtingen handelde. Voor het overige werd de klacht ongegrond verklaard. Daarbij woog mee dat er geen cliënten hadden geklaagd en dat de notaris inmiddels is gedefungeerd.
Geen hoger beroep
BFT ziet, gelet op de motivering van de uitspraak en het beperkte gegronde deel van de klacht, af van hoger beroep.
Voor de volledige uitspraak zie: https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TNORARL_2026_1